Broedvogels

Saeftinghe is voor veel vogelsoorten een zeer belangrijk broedgebied. In de jaren 1997, 2004 en 2012 is het Nederlandse deel van het gebied helemaal geïnventariseerd op alle voorkomende broedvogels. In 2012 was de zilvermeeuw de meest talrijke broedvogel met 3113 paar. Hierop volgde de tureluur met 1492 paar. In het riet broedden onder andere grauwe gans (335 p.), bruine kiekendief (32 p.), baardman (200 p.), blauwborst (293 p.), waterral (231 p.), rietzanger (236 p.), kleine karekiet (602 p.), snor (24 p.), rietgors (896 p.) en sprinkhaanzanger (32 p.) en met enige regelmaat ook de porseleinhoen (6 p.). Vermeldenswaardig is ook het voorkomen van de graszanger (14 p.), dit is de grootste populatie van deze soort in Nederland.

Blauwborsten zingen massaal in het voorjaar

Grauwe gans met jongen

Trekvogels

’s Winters worden er jaarlijks grote groepen ganzen in Saeftinghe waargenomen. De talrijkste is de grauwe gans. In de jaren '40 en '50 van de twintigste eeuw was deze soort hier slechts een doortrekker waarvan niet meer dan 200 exemplaren in het gebied verbleven. Vanaf 1975 is het aantal pleisteraars gestaag toegenomen; van zo’n 1.500 tot 25.000-40.000 in de jaren negentig. Tot 2000 namen de aantallen nog toe maar sindsdien is er een afname waargenomen. Deze afname is te verklaren doordat voeren van de ganzen in de omliggende polders is gestopt en het areaal heen is afgenomen.

In de winter zijn er duizenden smienten

De grote aantallen ganzen en eenden trekken veel roofvogels aan, waaronder de zeearend in het koude seizoen. Eveneens in de winter zijn deze rietvelden het leefgebied van vele tientallen bruine- en blauwe kiekendieven. Ook een honderdtal baardmannetjes overwintert hier. In het gebied overwinteren daarnaast gemiddeld 5.000-7.000 oeverpiepers. Deze piepersoort leeft vooral van het talrijk aanwezige gray's kustslakje (Assiminea grayana). De gegevens van de recente laag- en hoogwatertellingen zijn hier te zien.

 

Vogels op waarneming.nl