Deze zuidelijke soort bereikt de noordgrens van zijn broedgebied hier. In goede jaren na een zachte winter zitten er soms wel meer dan 50 paar.

Daarnaast is het gebied belangrijk als treklocatie. De slikken vormen een waar buffet voor trekkende steltlopers als de bonte strandloper, drieteenstrandloper en zilverplevier. Deze en andere soorten steltlopers zijn er soms met duizenden te zien. Jaarlijks trekken hier in de winter grote groepen eenden en ganzen langs. Ze gebruiken het gebied om te rusten en voedsel te zoeken. In deze periode overwinteren er ook tientallen bruine- en blauwe kiekendieven, een honderdtal baardmannetjes en duizenden oeverpiepers. Bijzondere wintergasten zijn slechtvalk, zeearend en ruigpootbuizerd. Het hele jaar door zijn soorten als kleine zilverreiger, grote zilverreiger, bergeend en scholekster hier aanwezig. 

Verdronken Land van Saeftinghe

Planten

De variatie in zoete en zoute bodem zorgt voor een diverse plantengroei. De schorren hebben een zilte ondergrond. Hier groeien zilte planten zoals zeeaster, heen, melkkruid, schorrenzoutgras, gewoon kweldergras en zilte rus. Maar ook het zeldzame lepelblad groeit hier. In het oosten van Saeftinghe is de invloed van zoet water groter. Hier vind je grote rietvelden. Nergens in Zeeland zie je zulke grote rietvelden. De rietvelden zijn vooral van belang voor vogels.

Onderwaterleven

In het brakke water dat door de geulen in Saeftinghe stroomt, leven veel verschillende onderwaterdieren. Het gebied heeft een belangrijke kraamkamerfunctie voor vissoorten als schol, bot en zeebaars. Spectaculair zijn de duizenden volwassen dun- en diklipharders die hier in de geulen naar eten zoeken. Daarnaast leven er verschillende soorten krabben en garnalen de geulen van Saeftinghe.